Werk van boven naar beneden. leg de draad naar links en houd hem met de duim vast. Steek de naald daar in waar hij zonet uitkwam en laat hem er een steek verder weer uitkomen.
2. kettingsteken in een rondje
Sluit het rondje door de naald onder de eerste steek te leiden en daar in te steken waar hij naar boven kwam.
3. Losse kettingsteken
Maak de kettingsteek en zet de lus met een steekje vast.
4 Losse kettingsteken om elkaar heen gewerkt
Maak een losse kettingsteek en vanaf hetzelfde punt een grotere.